“ZWAANTJE HANS STOKMANS HOF”

 

In veel boerderijen in de Provincie Drenthe, en ook in sommige andere delen van het land, trof men vroeger een “Zandtapijt” aan. Tot begin deze eeuw was vloerbedekking een ontbekend begrip voor de boer. De vloeren in de verschillende vertrekken bestonden uit grote blokken Bentheimer zandsteen, plavuizen in rood en blauw.

 

Met fijn zand bracht de vrouw van de boer veelal eens in de week een soort versiering aan op die kale vloeren:een zogenaamd “zandtapijt”. Bij het zandstrooien toonden de boerinnen hun kunstzinnige aanleg. Echte kunstwerken werden uit zand gemaakt, allerlei figuren werden tot een compleet “tapijt” gestrooid. Vooral tegen de zondag was zo’n tapijt bij veel boerderijen gebruikelijk: de boerenkeuken zag er dan op zijn zondags uit.

 

In Schoonebeek heeft men tot heden het historisch gebruik in ere gehouden. In een oude Saksische boerderij “De Zwaantje Hans Stokmans Hof” aan de Burgemeester Osselaan, tegenover het voormalige gemeentehuis van Schoonebeek, wordt nog steeds het zandtapijt als vloerbedekking (versiering) gebruikt.

Inmiddels is het zandstrooien een bekende toeristische attractie geworden voor Schoonebeek. De “zandstrooiboerderij” wordt jaarlijks door duizenden personen bezocht. Dat kan zowel individueel als in groepsverband mogelijk.

 

De oudheidkundige stichting “De Spiker” organiseerd elk jaar een “Zandstrooiwedstrijd” voor groep 7 en 8 van de 7 basisscholen uit de voormalige gemeente Schoonebeek onder het motto: “Wie strooid er het mooiste tapijt?”. Doel en opzet van “De Spiker” is deze oude volkskunst voor de toekomst van Schoonbeek bewaard te houden.

 

De Zwaantje Hans-Stokman’s Hof is een fraai gerestaureerde boerderij met schuur uit hoogstwaarschijnlijk de 17de eeuw.

 

In 1877 (te zien aan de gevelsteen boven de baanderdeur) heeft er een verbouwing plaats gevonden, de boerderij is toen ingekort. De familie Hans is eigenaar geworden in 1885. Deze familie, afkomstig uit de Graafschap Bentheim in Duitsland, heeft bijna 100 jaar in deze boerderij gewoond. Een van de laatste leden van de familie (Zwaantje Hans) heeft door het zandstrooien van deze boerderij een toeristische attractie van formaat gemaakt.

 

De oudheidkundige stichting “De Spiker”is 21 mei 1971 opgericht en heeft op 16 mei 1978 de boerderij aangekocht.

 

Op de deel worden diverse voorwerpen tentoongesteld die vroeger in en om de boerderij werden gebruikt.

Ook bevinden zich in de collectie originele stenen en vuistbijlen uit de prehistorie die in Schoonebeek zijn gevonden. Er is ook een replica uit het zogenaamde “Bronsdepot van Schoonebeek”, waarvan de originelen zich bevinden in het museum van oudheden te Leiden en het Provinciaal Museum te Assen.

 

Een bezoek aan de museum- en zandstrooiboerderij de “Zwaantje Hans-Stokman’s Hof” is zeker de moeite waard.

De Zandstrooiboerderij is op werkdagen te bezoeken. U kunt hier o.a. een keuken zien die nog in authentieke staat is.

Op verzoek wordt er een demonstratie “Zandstrooien” gegeven.

 

De openingstijden zijn:

 

Mei en Juni van 14.00 uur tot 17.00 uur

Juli en Augustus van 10.00 uur tot 17.00 uur

En verder het gehele jaar op afspraak

 

Adres: Burg. Osselaan 5 7761 BS Schoonebeek – tel. 0524-531702

 

 

 

 

DE WILMSBOÔ IN NIEUW-SCHOONEBEEK

 

Een boô (vaak geschreven als boe) is een oude Saksische veehut welke uit eiken stijlen is opgetrokken en waar de herder zelf ook wel bleef overnachten.

 

Het woord boô is een oud Saksisch woord verwant met het Duitse “Bude” (stal) of het Deense bo (woning). Het Drents / Saksisch was een eigen taal/dialect in de wijde omtrek. Van Coevorden tot Hannover en ver naar het noorden tot in Denemarken toe. De uitspraak klinkt als “boe” of “boe-e”, maar de originele schrijfwijze is “Boô”. Op oude historische Saksiche kaarten van Drenthe zijn diverse boôen (met deze spelling) terug te vinden. Het dakje op de 2e o duidt er op dat een letter (een d?) is weggevallen. Dat boô zou zijn afgeleid van het Friese “bûthús” is onjuist! (bron: Wim van Vugt).

 

Het woongedeelte bezit een wand, die uit twijgen is gevlochten en daarna met klei en koemest is bepleisterd. Een boô is met riet gedekt en is, in tegenstelling tot het gebruik in de gewone Drentse stallen, zodanig ingericht, dat het pad niet voor, maar achter de koeien loopt met aan weerszijden een “grup”. De boô bestaat uit twee gedeelten waarvan het ene voor verblijf van vee en het andere als “woning” van de boô-heer was bestemd.

Deze had tot taak te waken over het vee. In totaal stonden er ongeveer 20 stuks vee in een boô. Naast iedere boô werd een eenvoudige schuur getimmerd waar hooi en dergelijke voor het vee werd opgeborgen.

 

Het woongedeelte van een boô was niet bepaald comfortabel. Het bestond n.l. uit een ruimte van 4 bij 3 meter, waarin een bedstee was afgetimmerd, welke met een schuifbare deur kon worden afgesloten.

Verder bevond zich in deze ruimte nog een ronde tafel, een stoel, wat turf in een hoek, een tuitlamp, een karnton, een provisiekast, “spindel” genaamd, een kleine potkachel en potten en pannen enz.

De boô-heer, een vrijgezel, kookte daar zijn eigen potje, karnde er zijn eigen boter en sliep er.

 

Boekweiten, of roggepap en spekpannenkoek vormden de hoofdschotel van de maaltijd, die vaak met enige boô-heren gezamenlijk werd genuttigd.

 

Hij kortte de avonden met het vlechten van “knevels” (koetouwen van zelf verbouwde hennep) het breien van kousen met collega’s, die elkaar dikwijls bij toerbeurt plachten te bezoeken.

Eens in de veertien dagen keerde de boô-heer terug naar de boerderij, om schone kleren en proviand te halen. Voor het verzamelen hiervan gebruikte hij een mand of ook wel een grof linnen kussensloop.

Hoewel een boô-heer natuurlijk aan de eigenaar van de boô ondergeschikt was, moet men hieruit niet afleiden, dat hij een minderwaardige betrekking had te vervullen. In tegendeel! In hem werd een zeer groot vertrouwen gesteld. De enige melkkoe die zich onder het vee bevond, was in heel haar opbrengst voor de boô-heer, benevens de eieren die de kippen in de warme stal legden.

Als in het voorjaar het hooi op was en het jongvee nog niet in de wei kon, verhuisde de boô-heer met heel zijn hebben en houden naar de boerderij. Het hele gezin haalde dan in feeststemming, de boô-heer binnen.

 

Het zal u niet verbazen, dat welgestelde boerenzoons, die de “houwelijcken” staat niet begeerden, naar een dergelijke werkkring dongen.

 

Brand

 

De historische Wilmsboô van Nieuw-Schoonebeek is in de nacht van 16 op 17 oktober 2004, even voor middernacht, door brand verwoest. De oorzaak is nog onbekend. Van het eeuwenoude gebouw bleven slechts geblakerde gebinten over.

De boô was eigendom van de “Oudheidkundige Stichting De Spiker”.

 

De Wilmsboô was de enige originele boô die Drenthe nog rijk was.

 

Van alle kanten werd hulp aangeboden. Op dinsdag 29 maart 2005 kon de restauratie van start gaan. Door bouwbedrijf Kuik uit Elp werd in het Duitse Emlichheim een oude schuur gedemonteerd. Coördinator was Jelle Langeland van het Drentse plateau.